Zinken, zweven en drijven

In het practicum van paragraaf 4 heb je van een aantal voorwerpen onderzocht wat er gebeurt als je ze in spiritus, water of zout water legt. Het blokje paraffine zinkt bijvoorbeeld in spiritus, maar blijft drijven in gewoon water en in zout water.

Steeds blijkt het volgende te gelden:

  1. Een voorwerp gemaakt van een stof waarvan de dichtheid kleiner is dan die van de vloeistof blijft drij­ven.
  2. Als de dichtheid van het materiaal groter is dan die van de vloeistof, dan zinkt het voorwerp.
  3. Zijn de dichtheden van het materiaal en de vloei­stof gelijk, dan gaat het voorwerp zweven.

Het gaat hierbij steeds over massieve voorwerpen (dus niet hol).